(1) Evolutie en nog eens (2) evolutie = vooruitgang

We evolueren en leren evolueren

In december 2014 publiceerde Vialogos – Gedeelde Zorg het boek “Gedeelde Zorg. Veerkrachtige Netwerken, Overbodige Hulpverlening”, een doortimmerde en volledig uitgewerkte methodiek om het probleemoplossende vermogen van netwerken te vergroten. Het doel is het netwerk onafhankelijk maken van te ingrijpende en invasieve hulpverlening.

Twee jaar en een half later is het werken met netwerken aanvaard en ingeburgerd in de social profit. Organisaties zoals VZW LUS worden door de overheid gefinancierd om de sector hierin te begeleiden. Vialogos – Gedeelde Zorg doet als niet-gesubsidieerde organisatie hetzelfde. Stapsgewijs kloppen meer en meer organisaties om de methodiek uit het boek Gedeelde Zorg te implementeren. Opleidings- en coachingtrajecten worden meer en meer geboekt. Het interessante van de huidige stand van zaken is dat Vialogos – Gedeelde Zorg zich begint te onderscheiden van, bijvoorbeeld, VZW LUS en dat organisaties omwille van dat onderscheid bij Vialogos – Gedeelde Zorg aankloppen nadat ze reeds met een hen in zee gingen. En … , vanaf 2018 wordt Vialogos – Gedeelde Zorg mee ingeschakeld in het postgraduaat ‘De Sociale Netwerker’ dat door de Hogeschool van Limburg wordt georganiseerd. We zijn verantwoordelijk voor het aanleren van de verdiepende vaardigheden aan de cursisten. Onze expertise wordt meer en meer gezien en erkend.

Waar liggen de grote verschilpunten en uitdagingen? Een netwerk is geen techniek en geen methodiek. Een netwerk is een randvoorwaarde om een stabiel leven uit te bouwen. Met andere woorden, een netwerk uitbouwen is geen optie maar een noodzaak. Daarmee wordt het netwerk uit de vrijblijvendheid gehaald. Zelfs al wil een cliënt geen netwerk uitbouwen, toch zal er een netwerk worden uitgebouwd. Daarmee wordt het onderwerp uit de vrijblijvendheid weggetrokken. Dat vraagt om specifieke kennis en vaardigheden. Een tweede belangrijk verschilpunt is het evalueren en bijsturen op netwerkniveau. Hoe doe je dat? Met de installatie van een netwerk wordt de probleemsituatie niet vlot getrokken. De situatie moet op zo’n manier evolueren dat de kwaliteit van het leven van alle leden erop vooruit gaat. En daar ligt de crux. Een netwerkgericht doelenplan kan nooit een doelenplan van die ene cliënt zijn. Het globale netwerk is cliënt! Dit betekent dat ieder lid van het netwerk eigen “meetpunten” inbrengt en uitlegt wat voor- of achteruitgang is. Evaluatie en bijsturing gebeuren in functie van die verschillende meetpunten. Het vraagt specifieke systemische kennis en vaardigheden om dit als hulpverlener te kunnen. Bovendien gaat het dan nog niet over de inhoudelijk evaluatie en bijsturing, maar over de mate waarin het netwerk erin slaagt om zelf doelen te stellen, te evalueren en bij te sturen. Het probleem is niet het probleem, maar het feit dat het netwerk niet in staat is om zelf problemen op te lossen is het probleem. Om in te spelen op de bovenstaande situatie ontwikkelde Vialogos – Gedeelde Zorg een verdiepende opleiding.

 

Algemene uitgangspunten van het opleidingstraject

Algemeen doel:

Op het einde van de vierdaagse opleiding hebben de cursisten hun kennis en vaardigheden voor het werken met netwerken, theoretisch en praktisch, verder uitgediept op de volgende vlakken:

  1. Visie, concepten, definities en handvatten.
  2. Productief ombuigen van weerstanden bij hulpverleners, cliënten en hun netwerk tegenover het werken met netwerken.
  3. Trainen van sociale vaardigheden als de hoeksteen van het werken met netwerken en het vergroten van het probleemoplossend vermogen van de cliënt en zijn netwerk.
  4. Opbouwen, onderhouden en het constructief laten evolueren van netwerken.

De opleiding legt bijzonder het accent op de rol en de vaardigheden van de transformatie-expert en houdt rekening met de specifieke context van de organisatie. Het gebruikte casusmateriaal is van toepassing.

 

Algemene methode

Dit zijn de vier uitgangspunten van de opleiding. Al zal gedurende de eerste opleidingsdag duidelijk worden wat het instapniveau is van de cursisten. Op basis van het instapniveau kan besloten worden om extra of specifiekere klemtonen te leggen gedurende de drie daarop volgende opleidingsdagen. Dit gebeurt in dialoog met de opdrachtgever en de cursisten. Dag 1 is een algemene verdieping en verbreding van de bestaande kennis en vaardigheden. Gedurende de opleidingsdagen daarop volgend worden de punten 2-4 nog dieper uitgewerkt en casuïstisch gedetailleerd ingeoefend. Er wordt aandacht geschonken aan het leren “leren” als groep door plenair toepassingen te evalueren en bij te sturen.

 

Opleidingsdag 1: visie, concepten, definities en handvatten

Doel:

De cursisten hebbend de finesses van de visie, de concepten en de definities binnen het netwerkgericht werken onder de knie. De onderstaande punten worden specifiek gekaderd binnen de veranderende rol van de hulpverlener die een transformatie-expert wordt. Gedurende de andere opleidingsdagen worden aspecten uit dag 1 verder uitgediept en ingeoefend:

  1. Vanuit een wetenschappelijk perspectief is het duidelijk waarom netwerkgericht werken de kwaliteit en het resultaat van de hulpverlening verbetert (we verduidelijken dit vanuit discussie over de werkzame factoren in de hulpverlening, de Algemene Systeemtheorie en de Cybernetica).
  2. Het onderscheid tussen het symptoom (het aangemelde probleem) en het fundamenteel probleem (beperkt probleemoplossend vermogen) in een probleemsituatie. De probleemsituatie is een systeemprobleem.
  3. Het probleemoplossend vermogen wordt bepaald door de interactie tussen de cliëntfactoren (krachten en lasten) en de materiële en sociale context (krachten en lasten). Hiermee maken we een kwalitatief onderscheid tussen systemen met of zonder/ minder probleemoplossend vermogen.
  4. De analyse van de probleemsituatie vanuit een ecologisch perspectief als tool waarmee de transformatie-expert, samen met de leden van het netwerk, de probleemsituatie analyseert.
  5. 5)      De analyse van de probleemsituatie nuanceren vanuit de betekenis van het aangemelde probleem voor de belangrijkste leden van het netwerk. De transformatie-expert ontwikkelt bij de leden van het netwerk een systemisch besef en gevoeligheid.
  6. Opsporen en belichten van contraproductieve spanningen in de interacties tussen de leden van het netwerk. De transformatie-expert legt de “systeemfouten” samen met de leden van het netwerk bloot.
  7. De denkfouten waarvoor cliënten en hulpverleners vatbaar zijn. De transformatie-expert helpt de leden van het sociaal netwerk inzicht krijgen in de disfunctionele cognitieve processen.
  8. De methodologische cyclus als motor van het probleemoplossend vermogen van de cliënt, de hulpverlener en het netwerk. De transformatie-expert gebruikt de hulpverleningscyclus als instrument om het lerend vermogen van het netwerk te vergroten.
  9. Doelformulering, evaluatie en bijsturing (zelfmanagement) als bron van emancipatie en empowerment van de cliënt en zijn netwerk. Met het zelfmanagement krijgt het netwerk greep op zichzelf en bouwt de transformatie-expert het netwerk om tot een netwerk met een groter probleemoplossend vermogen.

Methode:

De punten komen in een lichte theoretische vorm (presentatie) aan bod en worden nadien onmiddellijk toegepast binnen (1) een groepsgesprek en (2) een oefening in kleine groep. Het resultaat van de groepsoefening wordt teruggekoppeld in de volledige groep en in dialoog aangescherpt.

 

Opleidingsdag 2: vertekeningen detecteren, bespreekbaar maken en productief ombuigen

Doel:

Cliënten en hulpverleners hebben een natuurlijke (begrijpelijke) weerstand ten aanzien van het werken met netwerken. Hedendaagse tendensen in de hulpverlening, zoals het gekende vraaggericht en krachtgericht werken, versterken deze weerstand. Al is deze weerstand geen probleem maar een normaal verschijnsel in een veranderingsproces dat de cliënt en zijn netwerk doormaken. Gedurende deze opleidingsdag krijgen de cursisten inzicht in de cognitieve en biologische achtergrond van de weerstandsvorming. Tenslotte krijgen ze technieken en hulpmiddelen aangeleerd om deze weerstand zichtbaar te maken en leren ze deze weerstand productief ombuigen in een methodologische hulpverleningscyclus. We leggen het accent op:

  1. Complexiteit en de illusie van kennis.
  2. Belang van psycho-educatie.
  3. De denkfouten die in conflictsituaties worden gemaakt (Kahneman en Traversky).
  4. De cognitieve leertheorie als verklaringsmodel voor “natuurlijke” weerstanden.
  5. Technieken en hulpmiddelen om natuurlijke weerstanden om te buigen.
  6. De methodologische hulpverleningscyclus om weerstanden om te buigen.

We trekken de metaforen van de “gesloten” en de “gespreide” slagorde uit elkaar en werken met de voorgaande punten naar een scenario waarin een “gespreide” slagorde een “gesloten” slagorde wordt.

 

Methode:

Het theoretisch kader wordt minimaal uitgezet en onmiddellijk begrijpbaar gemaakt met casuïstische voorbeelden die de opleider inbrengt. Nadien maken de cursisten eenvoudige toepassingsoefeningen om de theorie, de technieken en hulpmiddelen in de vingers te krijgen. De dag wordt afgesloten met een praktische simulatie waarin de cursisten tot in detail het geleerde toepassen. Het resultaat wordt met de voltallige groep geëvalueerd gedurende een feedbackronde.

 

Opleidingsdag 3: sociale vaardigheden als hoeksteen van het netwerkgericht werken

Doel:

Opleidingsdag 2 is het fundament van opleidingsdag 3. De vertekeningen van de cliënt wordt bijgestuurd met nieuwe positieve ervaringen in relatie tot het netwerk. Het uitgangspunt van deze verandering is ervaringsgericht. Vandaar dat de klemtoon wordt gelegd op de circulaire processen tussen de cliënt en de leden van zijn netwerk. De netwerkdoelen en hulpverleningsdoelen kunnen enkel maar gehaald worden als de sociale vaardigheden van de cliënt mee evolueren. Anders kan de cliënt geen nieuwe ervaring hebben die zijn vertekening tegenspreekt. Gedurende deze opleidingsdag leren de cursisten sociale vaardigheden in kaart brengen, koppelen aan hulpverleningsdoelen, evalueren en bijsturen in functie van een groeiend probleemoplossend vermogen van de cliënt en zijn netwerk. We koppelen terug naar de punten 1 – 9 uit dag 1 die helpen om sociale vaardigheden te trainen binnen de context van het systeem/ netwerk. Het gedrag wordt bestendigd door een positieve bekrachtiging als de andere leden van het netwerk/ systeem ervaren dat de kwaliteit van hun leven, in relatie tot de aanmeldingsproblematiek, voelbaar verbetert. Kortom, dag 1 wordt hier geïntegreerd.

Methode:

Deze opleidingsdag is bijzonder praktisch. Wat zijn sociale vaardigheden? Hoe evalueer ik ze bij mijn cliënt? Hoe koppel ik vaardigheidstekorten aan de dysfunctionele/ schadelijke circulaire processen tussen de cliënt en zijn netwerk? Hoe laat ik de cliënt zelf vaardigheidsdoelen formuleren, evalueren en bijsturen? Deze vragen worden behandeld en ingeoefend in de context van een casus. Kleine oefeningen laten de cursist voeling krijgen met de inzichten en tenslotte wordt het geleerd grondig toegepast gedurende een simulatie.

 

Opleidingsdag 4: het opbouwen en laten evolueren van een sociaal netwerk

Doel:

Opleidingsdag 4 bouwt verder op opleidingsdag 3. De leercyclus op het niveau van de individuele cliënt wordt opgetrokken naar het niveau van het netwerk. Op het einde van opleidingsdag 4 kunnen cursisten leden uit het netwerk koppelen aan hulpverleningsdoelen, spanningen bespreekbaar maken, remediëren en doelen evalueren en bijsturen vanuit de circulaire processen tussen de leden van het netwerk onderling. Tenslotte wordt zichtbaar wat de maat is die wordt gebruikt voor het al dan niet loslaten van de cliënt en zijn netwerk. De kwaliteit van de circulaire processen helpt om te bepalen of een cliënt en zijn netwerk voldoende probleemoplossend vermogen hebben en kunnen worden losgelaten. Wat moet de cursist zich hier conceptueel bij voorstellen? Hoe neemt hij leden van het netwerk mee in dit concept? Wat zijn de criteria op netwerkniveau die dit probleemoplossend vermogen bepalen? Hoe bouw ik verbrande bruggen weer op? Hoe betrek ik mijn cliënt hierbij? En tenslotte, hoe leer ik mijn cliënt zelf zijn netwerk onderhouden? Op het einde van deze opleidingsdag kan de cursist dit plannen, evalueren en bijsturen op netwerkniveau. In dag 4 komt al wat geleerd werd gedurende de dagen 1-3 samen en moet er een soepel leerproces tot stand komen dat de transformatie-expert faciliteert. Evolueren met het netwerk betekent dat de feedbackprocessen tussen de leden van het netwerk onderling hun werk doen en aanleiding geven tot het (zelf) evalueren en bijsturen van doelen/ acties. De transformatie-expert bouwt gradueel afstand in om uiteindelijk het netwerk te kunnen loslaten.

 

Methode:

Deze opleidingsdag is theoretisch en praktisch. Deze bovenstaande vragen worden behandeld en ingeoefend in de context van een casus. Kleine oefeningen laten den cursist voeling krijgen met de inzichten en tenslotte wordt het geleerd grondig toegepast gedurende een simulatie.

 

Voor meer informatie:

Gsm. 0492 – 72 48 15

 

By |2017-09-09T13:47:05+00:00juli 12th, 2017|Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor (1) Evolutie en nog eens (2) evolutie = vooruitgang