Loading...

The end of all quarrel

Het is niet wat je denkt.

Zolang er mensen zijn zullen er conflicten zijn. Conflicten maken deel uit van het leven en toch is het voor een doorsnee iemand een lijdensweg om met een conflict te moeten omgaan, laat staan om tot een oplossing te komen met de persoon waarmee men een conflict heeft. Daar is een goede reden voor. Mensen zijn groepsdieren en de processen achter de groepsvorming zijn bijzonder subtiel en vooral ondoorzichtig. Een eenvoudige redenering legt uit wat er aan de hand is.

We hebben een persoon A die een boodschap geeft aan een ander persoon B. De boodschap heeft een inhoud (stippenlijn). In heel veel de gevallen gaan we ervan uit dat dit de essentie van communicatie is. Een boodschap wordt door A gecodeerd en door B gedecodeerd. Klaar. Op het coderings- en decoderingsproces kan ruis zitten. Maar met wat gesprekstechnische handigheid kan de ruis uit de communicatie weggehaald met een vraag zoals: “Heb ik het bij het rechte eind dat [samenvatting van de boodschap van de tegenpartij]?”. De tegenpartij kan bevestigend antwoorden of de parafrasering verder verfijnen. Door dit systematisch te doen wordt de ruis systematisch verkleind. De werkelijkheid is complexer. Mensen hebben een grote gevoeligheid voor signalen die hun goede reputatie bevestigen of beschadigen omdat een goede reputatie belangrijk is om opgenomen te worden en te blijven in een groep. Vandaar dat de onderste lijn (vet) de meest dominante is en dat is de lijn die de goede relatie tussen A en B bevestigt of net de slechte relatie bevestigt. In communicatie wordt als eerst de laag van de relatie getaxeerd: “Is het oké tussen jou en mij?”. De laag van de inhoud is psychologisch bijzaak. In de dagdagelijkse omgang praten mensen over koetjes en kalfjes. Het is mooi weer vandaag? Heb je al gehoord dat … Het is toch erg dat … Stuk voor stuk lijken het nietszeggende frasen te zijn, maar onder de waterspiegel van de nietszeggende vragen en opmerkingen schuilen er vragen en antwoorden die mensen pas écht interesseren. Is deze persoon met wie ik wordt geconfronteerd mij gunstig gezind en hoe gaat het met anderen uit mijn groep of andere groepen? En dat met een bedoeling, te weten komen of ik nog even sterk verankerd zit in mijn groep of net niet? Alle mogelijke informatie trachten we te interpreteren om een antwoord te krijgen op deze vragen. De toonhoogte waarmee iemand praat. Een te lage toonhoogte kan een teken van desinteresse zijn. Een te hoge toonhoogte kan een blijk van spanning zijn. Op zo’n moment ontstaat er een spontaan gevoel van ongemak. De houding en de bewegingen worden gescreend. Een half afzijdige haakse houding is een teken van geen interesse of misschien zelf kwaadheid. Nerveuse beweging betekenen angst en achterdocht. Het zijn allemaal voorbeelden van gedrag dat onbewust wordt getaxeerd zonder dat het verstand wordt ingeschakeld om te toetsen wat er aan de hand is. De inschatting van de houding van de tegenpartij is intuïtief.

 

Contraproductieve cirkels

Het verklaart waarom het tussen mensen fout kan lopen. De laag van de inhoud en de relatie kunnen kortsluiten omdat er wordt gediscussieerd op het niveau van de inhoud, maar in werkelijkheid gaat het over het niveau van de relatie. Mensen voelen zich niet geapprecieerd, aanvaard en dat kan in dit geval letterlijk genomen worden. Het intuïtieve niveau zorgt ervoor dat ze een besluit nemen over hoe de tegenpartij naar hen kijkt en dat zit op het niveau van de relatie: “Tussen hem en mij is het oké of niet-oké!”

 

De realiteit achter zo’n situatie is bijzonder duister omdat de dingen gebeuren zonder dat mensen begrijpen wat er aan de hand is. Laat staan dat ze in staat zijn om greep te krijgen op dergelijke situaties. De inhoud van de discussie wordt met een ware doodsverachting in de strijd gegooid. Omwille van de heftigheid, inclusief verbaal en non-verbaal gedrag, waarmee de discussie wordt gevoerd zal er een negatieve emotie volgen. Deze negatieve emotie wordt geprojecteerd op de laag van de relatie met de conclusie: “Het is niet oké tussen hem en mij.”. Maar dat is een intuïtief oordeel dat onder de waterspiegel (golvende stippenlijn) wordt geveld en buiten het bereik van de rationaliteit valt. En dan wordt de inhoud ingezet om negatieve emoties uit de weg te ruimen. Men wilt “gelijk” halen omdat het eigen gelijk de negatieve emotie opruimt. Dikwijls worden dergelijke discussies rationeel verpakt, het lijken discussies te zijn die gevoerd worden met rationele argumenten. Maar in werkelijkheid zijn het rationele verpakkingen die, post hoc, een strijd om een positieve emotie verpakken. Het gevolg is op midden lange en lange termijn bijzonder contra-productief omdat het uitdraait op “ik of gij, een van ons beiden zal in het zand bijten”. Het resultaat is dat er een gevoelsmatige overwinnaar en verliezer is. Een van beide gaat met de belonende emotie “ik heb gelijk” naar huis. Dat de persoon dan werkelijk gelijk heeft, in de betekenis van inhoudelijk gelijk, is zelden het geval. Maar zijn plaats in de groep is verzekerd. Waartegen de plaats van de andere in de groep afkalft. Althans, in de manier waarop de opponenten de situatie aanvoelen en dus ook interpreteren. De stand is I – 0 en de relatie tussen de twee opponenten ligt op zijn g**. Geloof me, er komt een tweede ronde waarin de verliezer de stand zal trachten te herstellen en zelfs de bovenhand te nemen. Per slot van rekening zijn mensen bijzonder gevoelig voor hun reputatie en hun plaats in de groep en zullen ze alles doen om deze gaaf te houden en deze te herstellen. Zelfs al moeten ze als de Graaf van Montecristo wachten op het juiste moment om hun slag te slaan. Maar het moment komt. In ieder geval komen de antagonisten in een contraproductieve spiraal terecht en enkel maar omdat ze niet in staat zijn om het niveau van de inhoud en de relatie van elkaar te scheiden en in goede banen te leiden.

 

The end of quarrel?

Mensen hoeven deze situatie niet te ondergaan. Met wat zelfinzicht, handigheid en moed kan iedere situatie worden vlot getrokken. Het uitgangspunt is dat de niveaus van de inhoud en de relatie uit elkaar worden getrokken en expliciet in de verf worden gezet gedurende de communicatie. Een eenvoudige techniek die uit een vijftal stappen bestaat helpt hierbij. Stel, persoon A heeft een slechte (werk)relatie met persoon B. Het loopt al heel lang stroef en A trekt de situatie recht in vijf stappen.

Stap 1: altijd positieve intenties

A benadrukt dat hij positieve intenties heeft. Met andere woorden, A wil de relatie met B verbeteren en op zo’n manier dat de situatie van B ook verbetert. Dat veronderstelt dat A en B, desondanks dat ze het niet zien, een gemeenschappelijk belang hebben. Per slot van rekening hebben ze een relatie met elkaar en dat betekent dat ze op de een of andere manier afhankelijk zijn van elkaar en dus ook verantwoordelijk zijn voor elkaar binnen diezelfde situatie. De verbetering van de situatie van A betekent de verbetering van de situatie van B en omgekeerd. Niemand is gebaat bij een contraproductieve cirkel. Niemand.

Stap 2: de finaliteit

Ieder gesprek heeft een finaliteit. En die finaliteit wordt gekaderd als een onderdeel van stap 1. Het is een gesprek in de richting van beterschap voor A én B.

Stap 3: de eigen helft van de contraproductieve cirkel

A geeft een constructieve voorzet door te vertrekken vanuit een inzicht in de manier waarop A de relatie bemoeilijkt. Deze stap vertrekt vanuit zelfinzicht dat een paar dingen veronderstelt:

1) Dat A weet wat zijn leergeschiedenis is en welk gedrag hem werd aangeleerd om negatieve emoties te vermijden of een tekort aan positieve emoties te compenseren.

2) Dat A weet op welke manier zijn waarneming wordt vertekend ten gevolge van de leergeschiedenis.

3) Dat A weet wat zijn gebruikelijke manier van reageren (aangeleerd gedrag) is in stresserende situaties.

4) Dat A weet op welke manier zijn aangeleerd gedrag stresserende situaties functioneel en dysfunctioneel beïnvloedt.

De punten 1 – 4 leggen uit waarom A een bepaald gedrag stelt in stresserende situaties waardoor hij, bijvoorbeeld in relatie met B, in de problemen komt. Met de punten 1 tot en met 4 in het achterhoofd kan A aan B uitleggen dat hij weet dat hij een bepaalde gedragsstijl heeft die in sommige situaties niet productief is en dat hij hiermee rekening zal houden naar de toekomst toe. Met andere woorden, A bevestigt dat zijn eigen gedragsstijl door B, in sommige gevallen ,ervaren kan worden als een probleem. B moet niet meer aantonen dat A een blinde vlek heeft ten aanzien van het effect van het eigen gedrag op B. B zal spontaan nog een paar punten in de verf zetten door concreet toelichting te geven bij wat A reeds inbracht over het probleem van B. B zal zijn probleemsituatie hier en daar verder verdiepen.

Stap 4: de eigen unieke (probleem)positie

Omdat A het probleem waar B tegenaan loopt al inbracht in het gesprek hoeft B weinig toe te voegen waardoor er ruimte wordt gemaakt om de probleempositie van A in de verf te zetten. De situatie van A kan concreet gemaakt worden door uit te leggen wat de praktische problemen zijn waar A tegenaan loopt.

Stap 5: de andere helft van de probleemcirkel sluiten

Daarmee ligt het veld open om het gedrag van B te bespreken dat de probleemsituatie van A versterkt. B werd reeds erkend in zijn probleemsituatie waardoor er ruimte komt om de andere zijde van de contraproductieve cirkel, de zijde van B, bloot te leggen. Wat zijn de problemen waar A tegenaan loopt ten gevolge van het gedrag van B. Met andere woorden, B krijgt zicht op zijn aandeel in de probleemcirkel.

Met de stappen 1 tot en 5 wordt het pad geëffend om afspraken te maken voor een betere (werk)relatie.

 

Aanpak

Met wat handigheid en oefenen is iedereen in staat om de 5 stappen toe te passen op een situatie waarin het stroef loopt met anderen. Al zijn de vijf stappen contra-intuïtief. De praktijk van Vialogos – Gedeelde Zorg toont aan dat de stappen werken. Al is er wat voorwerk nodig waarbij begeleiding helpend kan zijn. Eens dat een cliënt de vijf stappen kent en het succes ervan heeft geproefd zal hij zelf deze stappen kunnen toepassen in andere situaties. De achilleshiel is stap 3 met in het bijzonder de antwoorden op de vragen 1) -4). Leergeschiedenissen en de functie van het aangeleerde gedrag, om negatieve ervaringen te vermijden en een tekort aan positieve ervaringen te compenseren, zitten in een zwarte doos die door een cliënt niet makkelijk zelf open te maken valt. Begeleiding is noodzakelijk omdat zelfanalyse makkelijk vertrekt vanuit de eigen leergeschiedenis en dus vatbaar is voor een vertekening. Zeker als een leergeschiedenis gekoppeld is aan pijnlijke ervaringen. Maar eens dat de inhoud van de zwarte doos gekend is ligt het veld voor verandering en verbetering open.

 

Voor verdere informatie:

Gsm: 0492 – 72 48 15

By |2017-09-09T14:08:32+00:00juli 11th, 2017|Blog, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor The end of all quarrel