wpid-solid-wheel‘Mensen zijn gewoontedieren’, wordt dikwijls gezegd. Dat lijkt in zekere zin te kloppen. Mensen hebben gedragspatronen en kunnen die maar met horten, stoten en hervallen doorbreken. Blijkbaar is het aardsmoeilijk om het gewoontedier in ons het zwijgen op te leggen. De semantiek van het zelfstandig naamwoord ‘gewoonte’ veronderstelt dat het gaat om een gebruikelijke manier van denken, spreken en doen én dat daarvoor wordt gekozen. Bovendien veronderstelt dit dat er makkelijk van gedrag kan worden veranderd. De hamster springt flux uit het rad.  Al weten we beter, iedereen die ook maar geprobeerd heeft om een gewoonte bij zichzelf en anderen te veranderen weet dat niets minder dan het tegendeel waar is. De hamster is behoorlijk obsessief. Gewoontes vallen zeer moeilijk te doorbreken.

[In onze neoliberale samenleving wordt nochtans de verantwoordelijkheid makkelijk doorgeschoven naar het individu dat niet voldoende gemotiveerd is om te veranderen.]

Dat is een vrij beschuldigende logica. Moeten we investeren in weinig gemotiveerde mensen? Neen, want ze zijn weinig gemotiveerd en daarmee is de kous af. Per slot van rekening zijn we vrije mensen die mits motivatie en hard werken alles kunnen bereiken. Inclusief het veranderen van ons gedrag. Maar dat is dan toch in tegenspraak met de vaststelling dat het gedrag van mensen bijzonder moeilijk te veranderen is. Of zijn ze dan toch gewoonweg weinig gemotiveerd? Het is duidelijk dat we in rondjes draaien. Vandaag weten we dat dit een bitter simplisme is en daar is een goede reden voor. Waarom is het zo moeilijk om gedrag te veranderen?

[Paradoxaal genoeg is het metaforische gewoontedier de evolutionaire creatie van de manier waarop mensen leren.]

En daarmee hebben we het hier niet over het verwerven van abstracte of praktische kennis, maar over aangeleerde gedragsvormen die negatieve prikkels vermijden en een tekort aan positieve prikkels compenseren. De mens is een organisme dat, net zoals andere organismen, bewust en vooral onbewust streeft naar een leefsituatie met voldoende levenskwaliteit.

Dia1

Fig. 1. Vermijdende of compenserende functie van gedrag in het hier-en-nu

Als mens compenseren we een tekort aan kwaliteit vermijden we situaties die onze levenskwaliteit doen afnemen. En dat is géén rationeel proces. Integendeel, het is een proces dat wordt voortgedreven door emoties. Emoties zijn de verbindingen tussen mensen en hun leefwereld waardoor ze met hun gedragingen reageren op gebeurtenissen in hun leefwereld. Emoties geven richting aan het gedrag van de mens. Negatieve emoties worden vermeden en positieve emoties worden opgezocht. De ratio wordt gebruikt om de manier waarop negatieve emoties worden vermeden en positieve emoties worden opgezocht rationeel te verpakken. Maar de ratio wordt vooraf gegaan door de emotie en niet omgekeerd. We overschatten onze rationaliteit schromelijk.

[Het brein van de mens slaat patronen op over de manier waarop negatieve emoties kunnen worden vermeden en positieve emoties kunnen worden opgezocht.]

Zo’n patroon is een samentrekking van een situatie en een succesvol gedrag dat wordt samengekleefd door een positieve of een negatieve emotie naargelang er vermeden of gecompenseerd moet worden. Deze patronen of eerder cognities zijn behoorlijk robuuste lessen die het brein opslaat en zal toepassen in een nieuwe situatie waarvan het denkt dat de nieuwe situatie analoog is aan de situatie waarin het patroon werd aangeleerd. En deze les wordt proactief in de analoge situatie geduwd met een emotie die het vroegere succesvolle gedrag initieert. Het resultaat is dat we doen wat we vroeger reeds deden.

[Ons brein recupereert het verleden naar hartenlust.]

Dia2

Fig. 2. Toepassing van cognitieve lessen in analoge situaties

Dit is een zéér efficiënt mechanisme als nieuwe situaties lijken op vroegere situaties en de emotie van daaruit een adequaat gedrag initieert. In werkelijkheid is dat zeker niet altijd het geval. De hedendaagse mens surft van de ene situatie naar de andere situatie. Het leven van hedendaagse mensen is niet homogeen, maar een heterogene verzameling van situaties met verschillende gedragsverwachtingen. En daar wringt het schoentje. Een gedragspatroon dat functioneel is in de ene situatie kan dysfunctioneel zijn in een andere situatie waardoor mensen in de problemen komen door te doen wat ze altijd gedaan hebben. Met andere woorden, het gedrag dat door een emotie wordt geïnitieerd levert geen vermijdend of compenserend resultaat op maar een nieuwe negatieve emotie die opnieuw vermeden moet worden.

[Gedrag dat ooit productief was wordt contraproductief omdat het een negatieve interactie met de omgeving uitlokt.]

Het verklaart waarom een aangeleerd gedrag beetje bij beetje een volledig leven kan besmetten omdat problemen uitbreiden als een olievlek die uitdijt. Dit kan uitmonden in een complete sociale isolatie omdat isolatie de ultieme manier is om negatieve emoties te vermijden. Er zit een venijnige paradox in deze situatie omdat het brein mensen met het gene ze geleerd hebben zich in de sociale vernieling laat rijden. Als de schade wordt (h)erkend ontstaat het besef dat professionele hulp nodig is of ontstaat de motivatie om het leven, radicaal, over een andere boeg te gooien. Desondanks dat het in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan is.

[De achilleshiel in de gedragsverandering is de emotie die het brein automatisch koppelt aan nieuwe situaties.]

Dat is een proces waar men rationeel geen vat op heeft. De fysieke paradox is dat de gevraagde positieve gedragsverandering gepaard gaat met emoties die het brein net wil vermijden. Een gedragsverandering gaat gepaard met veranderingsstress. Dat is een hardnekkig probleem dat uitlegt waarom een herval in het oude gedragspatroon zo vaak voorkomt. Het rationeel gewenste gedrag bevestigt de negatieve emotie die het brein wil vermijden.

[Met andere woorden, ratio en emotie zorgen voor een kortsluiting in het systeem.]

Inzicht in de functie van emoties en gedrag helpt om de gedragsverandering te vergemakkelijken waardoor mensen zich doorheen de negatieve emoties (negatieve feedback) kunnen bijten waardoor een positieve emotie (positieve feedback) op langere termijn een kans krijgt. De moeilijkheden voor de gedragsverandering worden voorspeld, de strategieën worden bepaald en ingeoefend. Een gewaarschuwd man is er twee waard. De impact (-) van de negatieve feedback neemt af omdat er gewenning ontstaat en het gedrag wijzigt. De gedragsverandering is een feit en de negatieve feedback verdwijnt omdat de negatieve impact van de feedback verdwijnt. Wat een betere situatie is dan de initiële situatie. In heel veel de gevallen zijn dit de ingrediënten van gedragsverandering. Zijn er nog andere ondergewaardeerde sleutels?

Dia3

Fig. 3. Aanpassing van de cyclus met gedragsverandering

[We kunnen de gedragsverandering versterken en vergemakkelijken door de situatie (S) zelf te wijzigen waardoor de negatieve feedback irrelevant wordt en zijn functie verliest.]

Met de relevantie nemen de negatieve feedback en later de impact van de negatieve feedback af. Concreet moet er niet meer worden vermeden of gecompenseerd omdat de omgeving expliciet inspeelt op de emotie die vermijdend of compenserend gedrag zou uitlokken. De omgeving geeft systematisch zeer duidelijke signalen die de oude cognities tegenspreken. Het vervelende is dat het brein bijzonder hardnekkig is in het interpreteren van nieuwe situaties conform de aangeleerde cognities. De omgeving moet dan ook behoorlijk hardnekkig zijn en volhouden met het geven van signalen die de cognitie tegenspreken. Maar als de omgeving ook inzicht krijgt in de functie van emoties en gedrag worden de omgeving en de persoon die zijn gedrag wil veranderen een stuk robuuster. Desalniettemin is een intensieve coaching en begeleiding van dit proces nodig omdat ook mensen uit de omgeving reageren vanuit emoties en gedragingen die in relatie staan tot de persoon wiens gedrag aangepakt wordt. Per slot van rekening zijn mens en omgeving circulair met elkaar verbonden en bouwen ze samen een leergeschiedenis op die emotie en gedrag met elkaar verknoopt.

Dia4

Fig. 4. Cognitieve steun vanuit de omgeving

Het is enkel maar een argument om mens en omgeving te verknopen in eenzelfde veranderingsproces omdat gedeeld inzicht en gedeelde inspanningen de slaagkansen op een duurzame verandering vergroten. Alles begint bij een zekere nederigheid ten aanzien van onze individuele vrijheid en dus ook onze individuele slaagkansen. Mens en omgeving zijn met elkaar verknoopt in eenzelfde leerproces dat problemen doet ontstaan. Dus zijn ze ook verknoopt in eenzelfde leerproces dat problemen aanpakt.